Een opleider die ik goed ken kreeg laatst een vraag van een deelnemer. Of ze een stuk tekst van de website van de opleiding mocht kopiëren naar haar eigen site, omdat ze het zelf niet goed kon omschrijven. Heel netjes gevraagd, en ik riep meteen nee. Dat klonk strenger dan het bedoeld was, dus hier is de uitleg die erbij hoort.
Want de vraag is logisch. Je hebt net een opleiding afgerond, je moet op je website uitleggen wat die methode is, en de mooiste uitleg die je kent staat al ergens. Geschreven door iemand die het beter kan verwoorden dan jij, denk je. Waarom zou je het wiel opnieuw uitvinden als je het gewoon mag lenen?
Inhoudsopgave
Google kiest één winnaar, en dat ben jij niet
Het fabeltje gaat dat Google je straft voor gekopieerde tekst. Dat klopt niet, en het echte verhaal is vervelender. Google wil in zijn zoekresultaten geen tien keer dezelfde alinea laten zien, dus als hij dezelfde tekst op meerdere websites vindt, kiest hij er één uit. De rest laat hij weg. Geen boete, geen waarschuwing, je pagina doet gewoon niet mee.
En welke kiest hij? Meestal de site waar de tekst het eerst stond en die het meeste gewicht heeft. Dat is de website van je opleider, die al jaren bestaat en waar andere sites naar linken. Jouw site is drie maanden oud. Je hebt dus een pagina gemaakt over het belangrijkste wat je aanbiedt, en precies die pagina bestaat voor Google niet. Nu maal twintig, want je was niet de enige in je jaargroep met dit idee.
Toestemming van de schrijver verandert niets voor Google
Netjes vragen lost wel iets op, namelijk het auteursrecht. Een tekst is van degene die hem schreef, en zonder toestemming overnemen mag niet, ook niet als je er een bronvermelding onder zet. Met toestemming zit je juridisch goed. Verder lost het niets op.
Google weet niet dat je het gevraagd hebt en het zou hem ook niets kunnen schelen. Hij ziet twee dezelfde teksten en maakt zijn keuze. Je opleider kan het dus oprecht goed met je voorhebben en ja zeggen, en je daarmee een pagina bezorgen die nooit gevonden wordt. Aardig zijn en helpen zijn hier twee verschillende dingen.

Het is ook gewoon de verkeerde tekst
Stel dat Google niet bestond, dan nog zou ik nee zeggen. De tekst op de site van je opleider is geschreven om een opleiding te verkopen aan coaches en therapeuten. Hij legt uit waar de methode vandaan komt, waarom hij werkt en wat je ermee kunt als professional. Jouw bezoeker is geen professional. Dat is iemand die slecht slaapt, vastloopt op zijn werk of al jaren met hetzelfde rondloopt, en die wil weten of jij daar iets aan kunt doen.
Die twee lezers hebben niets met elkaar gemeen. Wat voor de één een overtuigende uitleg is, is voor de ander een lap vaktaal waar hij na twee zinnen uit stapt. Hoe je van vakwoorden naar klantwoorden komt, heb ik uitgeschreven in mijn blog over zweverig en zakelijk schrijven. Je leent dus een tekst die voor jouw doel nooit gemaakt is.
"Ik kan het zelf niet goed omschrijven" is het echte probleem
Dat zinnetje uit het verzoek is het belangrijkste van het hele verhaal. Als je na een complete opleiding niet in je eigen woorden kunt vertellen wat je doet, dan lost een geleende alinea dat niet op. Dan sta je straks ook met je mond vol tanden als iemand het op een verjaardag vraagt, of in een kennismakingsgesprek. Je website is dan het minste van je zorgen.
De uitweg is kleiner dan je denkt. Je hoeft de methode niet uit te leggen, je hoeft alleen te vertellen wat iemand ervan merkt. Hoe ziet een sessie eruit, wat doe jij, wat doet je klant, en wat is er anders als hij na een paar keer de deur uit loopt. Dat weet je, want je hebt het gedaan. Dat het opschrijven dan nog steeds stroef gaat is normaal, en waarom dat zo is lees je in de blog over waarom jij de slechtste persoon bent voor je eigen webteksten.
Mag je hem dan door ChatGPT halen? Dat mag, en het is de tip die ik er zelf bij gaf, maar alleen als vertrekpunt. Laat je hem enkel herschrijven, dan heb je dezelfde verkeerde tekst in andere woorden, nog steeds geschreven voor iemand die een opleiding zoekt. Vertel er daarom bij wie jouw klant is, met welk probleem die binnenkomt en hoe een sessie bij jou verloopt, en schaaf aan wat eruit komt tot het klinkt zoals jij praat. Wat er gebeurt als je die laatste stap overslaat, staat in de blog over AI-content.
Wat je wel van je opleider mag overnemen
De naam van de methode, een link, en als het echt niet anders kan een of twee zinnen als citaat, met de naam van je opleider erbij. Schrijf in twee of drie eigen zinnen wat het is, en stuur wie de volledige achtergrond wil lezen door naar de website van de opleiding. Jij hoeft dan niet te doen alsof je de bedenker bent, en je bezoeker ziet dat er een echte opleiding achter je werk zit. Je opleider heeft er ook iets aan, want elke link van een oud-deelnemer maakt die site sterker. Zo heeft iedereen er wat aan, behalve degene die hoopte op een middagje knippen en plakken.
Geef je een opleiding? Dan is dit ook jouw probleem
Als twintig oud-deelnemers jouw tekst op hun site zetten, wint jouw site het meestal wel van ze. Maar je hebt er niets aan dat de mensen die jouw methode de wereld in moeten brengen onvindbaar zijn. Zeg dus nee als ze het vragen, en geef ze iets beters mee. Een paar kernpunten die ze in eigen woorden moeten uitschrijven, de afspraak dat ze naar jouw methodepagina linken, en als je het goed wilt doen een uur in de opleiding waarin iedereen hardop oefent met de vraag “en wat doe jij dan precies?”.
De controle van vijf minuten
Pak de belangrijkste alinea van je website, zet hem tussen aanhalingstekens en plak hem in Google. Vind je alleen jouw site, dan zit je goed. Vind je ook je opleider, een collega of drie oud-klasgenoten, dan weet je welke pagina je deze week herschrijft. Begin met de vraag wat je klant ervan merkt, en laat de herkomst van de methode voor wat hij is.






